De fotograaf
Ik volgde de opleiding kunstfotografie aan het SHIVKV (Stedelijk Hoger Instituut Voor Visuele Kommunicatie (met hippe schrijffout)) te Genk. Dat was aan het begin van de jaren negentig. Fotografie komt van het Latijn en wil letterlijk zeggen tekenen met licht.
Ik was 16 toen ik daar instapte in het vijfde jaar op de kunsthumaniora. Mijn leraars op mijn vorige school , waar ik de richting wiskunde wetenschappen volgde, verklaarden me voor gek. Met een rapport van 78 procent in het vierde jaar.
Mijn medeklasgenoten op de kunstschool waren vooral Nederlanders van 18+, de oudste was al 25. Dit omdat je na deze richting een diploma van fotograaf kreeg, nodig voor de vestigingswet. In Nederland was dit omslachtiger om te behalen dan in België
Wij werden aangespoord om mensen te fotograferen. Of beter gezegd, foto’s die mensen afbeeldden kregen van onze docenten een hogere skore dan foto’s van de natuur of architectuur. “De schoonheid van de natuur, het moment dat je er bent en er ten volle van geniet, kan je niet in een foto vastleggen, dat waren de worden van één van die docenten.
Neen, wij moesten reporters van het menselijke leven worden. Dus gingen wij op stap in de stad Genk, dat mochten we vrij doen tijdens onze uren. Mensen waren fier als ze op de foto mochten. Ze kwamen het ons zelf vragen als ze ons zagen rondwandelen met ons fotoapparaat. Ze schreven hun adres op een papiertje en smeekten ons met de foto’s langs te komen als de film ontwikkeld was en de foto’s gefixeerd waren.
In de media toen hoorde je veel over de teloorgang van het Amazonewoud. Een zekere Sting, toendertijd een bekende zanger, had geregeld ontmoetingen met een indianenopperhoofd. Die indiaan viel op door zijn grote onderlip, verkregen door telkens grotere houten ringen erin te plaatsen. Deze indianen hadden angst voor fotografen omdat ze dachten dat door de foto te maken, ook de ziel van hen gestolen werd. Fotografen wantrouwden ze, maar spiegels daarentegen beschouwden ze als iets magisch. En die spiegels werden door de ontdekkingsreizigers ook gretig verruild voor puur goud.


Mirrors for Gold’ starts as an exploration of the early exchanges between the indigenous civilisations in the Americas and the arriving Spanish conquistadors. The abundant indigenous gold was exchanged for mirrors, and other seemingly less valuable objects like glass beads, cups and bells coming from Europe.
Nu, 25 jaar later, wantrouwen de mensen hier ook de fotograaf. Misschien denken ze er nu net als de indianen over? De oorzaak ligt misschien in het feit dat iedereen nu fotograaf is, als trotse bezitter van de smartphone? Of is het de grote angst om in een onbewaakt moment niet te beantwoorden aan het nieuwe ideaal gecultiveerd door instagram? Er moet geen tekening bij, fotograaf is een beroep dat ten dode opgeschreven is.
Het is daarom dat ik nu schilder. En weet er iemand hoe het er nu aan toe gaat met het Amazonewoud?